038-7501253
info@kameroperahuis.nl
Delen op facebook
Aanmelden nieuwsbrief

Laatste column in De Swollenaer

| Sopraan Bauwien van der Meer sluit de columnreeks af. Zij schrijft over haar rol als ‘vrouw’. Van der Meer heeft zich als sopraan de laatste jaren vooral bezig gehouden met moderne/hedendaagse opera en muziektheater. De combinatie van acteren en zingen, de magie van het theater en het contact dat daardoor met mensen ontstaat, vindt zij geweldig.

Vrijdagmiddag open ik de mail van de componist (Lucas Wiegerink): “Zie hier de herziene versie van Ik Vertrek. Excuses, het zijn iets meer veranderingen dan ik had verwacht.” Ik stort me op de partij, die nog een aantal maal veranderd zal worden. “Sorry jongens”, schrijft de componist bij een voor mij inmiddels vierde versie van de partituur: “ Ik raad iedereen aan de volgende keer samen te werken met een al overleden componist.” “Kan geregeld worden”, schrijf ik terug.

In Ik Vertrek zing ik de Vrouw, die de materialistische wereld achter zich wil laten; die terug wil naar een eenvoudiger manier van leven, zonder kinderarbeid en milieuvervuiling. Ze vertrekt naar een eiland. Om een beetje in de rol te komen, lees ik Walden van Thoreau die rond 1850 besloot hetzelfde te doen en zich twee jaar terugtrok bij Walden Pond. De overeenkomsten zijn frappant, zeker als je 'stoomtrein' vervangt door 'iPhone'.

Toevallig was ik de mijne twee weken kwijt, terwijl ik met mijn gezin in een hutje in Devon zat; nauwelijks teruggetrokken uit de maatschappij, maar wel lekker rustig. Toen ben ik gaan haken, en sinds een maand of twee hebben we een moestuin. Leef ik me in in mijn personage of is hier sprake van een midlifecrisis?

Een aantal weken voor de start van de repetitieperiode werd de trailer opgenomen bij een zandleverancier vlak buiten Zwolle. Het was een prachtige dag. Ik zat bovenop een zandhoop en dacht: ik kom met dit vak toch op de raarste plaatsen. Vanaf mijn uitkijkpunt zag ik zomerweiden met koeien, hoogspanningsmasten, een haas die wegspringt in de wei; een reiger die opvliegt. Erik, die de trailer maakt, vroeg me steeds iets verder te gaan. Het lijkt op mijn voorhoofd geschreven: ‘laat mij rare dingen doen: klimmen, springen, vallen, rennen, kruipen, op mijn kop staan en dan zingen: ik doe alles voor een beetje aandacht’. Ik geloof dat ik er nog niet aan toe ben de maatschappij achter me te laten.

Deel